Mystika

Een gewond hertje ligt roerloos tussen de struiken in het bos. Het dier is gebeten door een vos en heeft een lelijke wond aan het rechterachterpootje. De jonge hinde lijdt veel pijn en kermt zachtjes. Het ziet er niet al te best voor haar uit. Plotseling hoort het hertje de bladeren ritselen en ziet dat de takken opzij worden geduwd. Een vrouw, gekleed in een lange donkerrode jurk, begeeft zich naar de plek waar het hertje zich bevindt. De vrouw knielt naast het hertje en kijkt haar met haar donkere, bijna zwarte ogen onderzoekend aan. Haar spierwitte haren glinsteren in het schaarse zonlicht dat door het dichte struikgewas heen piept. In haar rechterhand houdt ze een bosje geneeskrachtige kruiden vast. Met haar linkerhand streelt ze het hertje, terwijl ze zachtjes sussende woorden tegen haar spreekt. Vervolgens drukt ze het kruidenbosje tegen de open wond van het arme hertje en spreekt een soort van bezwering uit. Na het ritueel te hebben heeft voltooid, blijft ze nog even bij het dier zitten en fluistert troostende woorden in haar oren. Na een poosje staat ze op en verlaat dan de plek. Langzamerhand lijkt het hertje zich weer beter te gaan voelen. Uiteindelijk richt het dier zich wat moeizaam op en baant zich enigszins hinkend een weg door de struiken. Daarna vervolgt het hertje haar pad weer.

Mystika is weer terug in haar karakteristieke huisje aan de rand van het bos. Sommigen noemen haar een kruidenvrouwtje. Anderen noemen haar een heks, maar zijzelf beschouwt zich als een kind van de natuur. Mystika wast grondig haar handen boven de gootsteen in de keuken en droogt ze af. Daaropvolgend loopt ze naar de woonkamer en gaat op een kleed zitten voor de open haard. Ze vouwt haar armen om haar opgetrokken benen en laat haar hoofd op haar knieën rusten. Ze stelt zich voor dat ze een schild van blauw licht over zich heen werpt, een soort  koepel om haar te beschermen tegen invloeden van buitenaf. Dit is het gebruikelijke ritueel dat ze uitvoert na een heling. Het op deze manier genezen van een mens of dier maakt haar kwetsbaar. Het loopt al tegen de avond wanneer Mystika besluit om een pan soep te gaan maken. Voordat ze daaraan begint geeft ze eerst haar kat te eten. Voor de soep gebruikt ze verse groenten; tomaten, prei, wortelen en knolselderij. Dan voegt ze er kruiden en specerijen aan toe zoals nagelkruid, cayennepeper en gemberwortel. En als laatste nog een snufje magie: ze zegent het voedsel met een spreuk. De soep ruikt heerlijk en de geur verspreidt zich door de keuken. Net wanneer ze op het punt staat om op te scheppen, wordt er op het raam getikt. 

Nieuwsgierig loopt Mystika naar het half geopende raam toe. Een uil zit in het venster en tuurt naar binnen. Wanneer de vrouw voor het raam staat, staart de uil haar met zijn priemende ogen strak aan en slaakt enkele geluidjes. Dan vliegt hij weg van het venster en strijkt neer op de tak van een boom. Daar blijft hij zitten en kijkt in de richting van het raam. Mystika, die nog steeds voor het raam staat, begrijpt onmiddellijk wat de bedoeling is en gaat naar het fornuis om het vuur uit te draaien.

Vervolgens stapt ze naar buiten en beent snel om het huis heen. Terwijl ze in de richting van de uil loopt, fladdert het dier van de boomtak en vliegt het bos in. Mystika holt het beest achterna. Gestaag vliegt de uil verder en kijkt regelmatig achterom om te zien of de vrouw hem nog volgt. Na een poosje van vliegen en achtervolgd worden, daalt de uil plotseling en strijkt neer op een afgezaagde boomstronk. Hij wacht geduldig tot de vrouw hem heeft bijgehaald. Daar is Mystika al, ze benaderd de uil behoedzaam. Het dier blijft stokstijf zitten en kijkt strak de andere kant op. Wanneer ze dezelfde kant op kijkt, ziet ze tot haar verbazing een eindje verderop een jong hertje staan: Het is dezelfde jonge hinde, die ze eerder op de dag behandeld had. De wond aan het rechterachterpootje is nog vaag te zien. Voordat ze naar de hinde toeloopt, richt ze haar blik nog even op de uil. Die vliegt, na een enkel oehoe geroep, weer verder. 

Wanneer Mystika het hertje bereikt, ontwaart ze vlak achter het dier een diepe kuil. Met een paar stappen staat ze naast het hertje en kijkt de kuil in. Daar treft ze een volwassen hinde aan, de moeder van het jonge hertje. Het gat is te steil om eruit te klimmen en de hinde zit in de val. Angstig kijkt ze naar Mystika. Het jonge hertje staat er wat verloren bij. Gejaagd kijkt Mystika om zich heen, wat moet ze nu doen? Dan valt haar oog op een bospaadje dat afgeschermd wordt door een houten hek. En het hek is afgesloten met een dik, lang touw. Snel rent ze naar het hek en begint het touw los te knopen. Met veel moeite krijgt ze het touw uit de knoop en holt terug naar de twee herten. Ze gaat boven de kuil staan en werpt een uiteinde van het touw naar het moederhert toe. De hinde snuffelt er even aan en neemt dan het touw in haar bek. Aan het andere uiteinde begint Mystika te trekken; zo helpt ze het dier uit de kuil te komen. Het gaat tergend langzaam, maar tenslotte klautert het hert de diepe kuil uit. Moeder en jong zijn weer herenigd. Mystika slaakt een zucht van verlichting. Net als ze de dieren weg wil sturen, bemerkt ze dat ze niet meer de enigen zijn op deze plek. Wanneer ze zich omdraait, ziet ze dat er een man vlakbij haar staat. Hij is groot, heeft kort donker haar, draagt sjofele kleding en heeft regenlaarzen aan. Met een nijdige blik kijkt hij Mystika aan. Opgewonden begint hij te tieren dat hij het hert zelf heeft gevangen en dat het beest dus van hem is. Mystika reageert met te zeggen dat kuilen graven om herten te vangen verboden is en dat alle dieren in het bos recht hebben op hun vrijheid.

Kwaad schreeuwt de schurk dat Mystika zich met haar eigen zaken moet bemoeien en komt dreigend op haar af. Mystika boort haar bijna zwarte ogen nu recht in de ogen van de man en blijft hem doordringend aanstaren. Er lijkt een soort krachtveld uit haar ogen te stralen. De schurk schrikt van de energie die op hem afkomt en deinst een stukje achteruit. Beiden staan nu vlak voor de kuil. De man lijkt hierna nog kwader te worden en opent zijn mond om iets te zeggen. Dan plotsklaps verliest hij zijn evenwicht en valt achterover in de diepe kuil. Hardhandig komt hij neer op de bodem. Mystika ziet het jonge hertje staan op dezelfde plek waar de schurk net stond. Het dier was vanachter tegen zijn benen opgelopen, zodat de man struikelde en viel. Mystika hoort de schurk vanuit zijn kuil vloeken en tieren. Ze glimlacht genoeglijk. Dan aait ze de twee herten even over hun kop en helpt ze vervolgens weer op weg. Gewoon weer een dag uit het leven van een kind van de natuur.

V.G. Sterk @2017-2021

Het grote vergeten

Mijn moeder. Zo’n vier maanden geleden had ze haar huis niet meer terug kunnen vinden, ze was simpelweg vergeten waar ze woonde. Een buurvrouw had haar een paar straten verderop zien ronddwalen, was op haar afgestapt en had haar toen naar huis gebracht. 

Totaal overstuur belde ze mij op; of ik meteen wilde komen om voor haar te zorgen. Ik kwam direct en ben drie dagen bij haar gebleven. 

Het was al een poos geleden begonnen, het vergeten. Eerst kon ze niet op woorden komen, namen van bekenden werd ook lastig. Als ik haar iets vertelde, ging het ‘het ene oor in en het andere weer uit. Vervolgens vergat ze steeds waar ze haar spullen liet en begon koortsachtig naar ze te zoeken. Het ging van kwaad tot erger. Recente gebeurtenissen kon ze zich niet meer herinneren en op een gegeven moment wist ze niet meer hoe ze ergens gekomen was. Ook herkende ze sommige mensen niet meer. Maar het was de eerste keer geweest dat ze haar huis niet had kunnen vinden.

Desondanks leek ze redelijk snel weer tot zichzelf te zijn gekomen, min of meer dan. Tijdens die drie dagen dat ik bij haar was, heb ik haar rust en stabiliteit proberen te geven. Ik zorgde ervoor dat ik al op was, wanneer zij uit bed kwam. Ik deed de boodschappen, ik nam de dagelijkse dingen door met haar, ik kookte voor haar en ik praatte vooral veel met haar. Gelukkig wist ik te regelen dat ze hulp aan huis zou krijgen, wanneer ik weer vertrok. En de naaste buren boden aan om voortaan nóg beter op haar te letten. 

Ik vertrok met de belofte haar iedere dag – naast mijn wekelijkse bezoeken – op zo’n beetje hetzelfde tijdstip te bellen. Dat zou haar wat houvast en regelmaat bieden. Mijn liefde voor haar maakte dat ik het ook kon volhouden. Tot het moment kwam dat ze de telefoon opnam en aan mij, haar eigen zoon, vroeg wie ik ook alweer was en waarvoor ik belde.

Niet lang daarna werd ze in een verzorgingstehuis opgenomen, uitgerekend de plek waarvan ze altijd had gezegd daar nooit te zullen eindigen. En ook dat zal ze vergeten. 

V.G. Sterk @2013-2021

Marciano

Hij is een beroemde operazanger. Hij is bariton. Hij is lang, slank, donker en knap. Hij is Marciano. Hij heeft een enorm stembereik en een omvangrijk repertoire. Avond aan avond vult hij de operazaal en brengt hij de mensen in vervoering met zijn warme stemgeluid. 

Een optreden in La Scala in Milaan.

Langzaam loopt hij het podium op en gaat achter de microfoon staan. Hij maakt contact met  het publiek, dat hem verwachtingsvol aankijkt. Hij strijkt met zijn hand door zijn zwarte, golvende lokken. Dan worden de eerste tonen ingezet van ‘Time to say goodbye/ Con te partiro.’ Het warme stemgeluid golft over het publiek. Op de eerste rij zitten de vrouwen muisstil te luisteren en kijken hem zwijmelend aan. Hij raakt die éne hoge noot perfect. Het publiek slaakt een kreet van opwinding en is nu totaal in extase. Vanaf dat moment is iedereen compleet in zijn ban. Een laatste lange noot en het lied is ten einde. Een daverend applaus klinkt. 

Marciano lacht zijn witte tanden bloot en maakt aanstalten om het tweede nummer in te zetten. Dan gebeurt er iets totaal onvoorstelbaars. De reusachtige kroonluchter, die zo solide aan het plafond bevestigd leek te zitten, valt met een noodvaart recht naar beneden en landt precies bovenop Marciano, die door de enorme lamp verpletterd wordt. Seconden lang is het tergend stil. Ongeloof heerst bij alle omstanders. Vervolgens breekt de hel los. Mensen van het orkest rennen naar de ongelukkige operazanger toe. Mensen in het publiek proberen weg te komen en tuimelen over elkaar heen. De vrouwen op de eerste rij, die daarnet nog zo muisstil aan het luisteren waren, krijsen hun stembanden zowat aan gort. Paniek en afschuw heersen.

Zo’n tien minuten later verschijnen de hulptroepen ten tonele. De kroonluchter wordt van het levenloze lichaam getakeld en het lichaam wordt vervolgens op een brancard het podium afgedragen. Nooit meer zullen we Marciano nog ooit horen zingen. Zonder het te weten bezong hij zojuist zijn eigen noodlot. Tijd voor afscheid.

V.G. Sterk @2013-2021

De vrouw in het graf

Is er leven na de dood? Ik zou het niet weten. Zal onze ziel voor altijd voortbestaan? Geen idee. Maar laat me je dit vertellen…

Een week lang ligt ze nu in haar graf; overleden na een aanrijding. Ze had de auto niet zien aankomen. Die verscheen uit het niets en reed zonder pardon over haar heen. De vrouw heeft waarschijnlijk niet eens beseft wat haar overkwam. Lang zal ze niet geleden hebben, want binnen een paar seconden was het voorbij. Ze werd in één klap uit het leven gerukt, ruw en onverbiddelijk. En veel te jong was ze geweest, veel te jong om te sterven. Vrij snel was ze begraven, slechts een paar dagen na haar dood. 

Daar ligt ze dan. Dood in haar kist. De ontbinding vordert gestaag: haar huid is gerimpeld en haar gelaat vervaagd. Haar lichaam is totaal uitgedroogd en snel aan het verschrompelen. De bacteriën die in haar huisden toen ze nog leefde, consumeren haar nu gretig, eten haar van binnenuit op. Snel zal de stank in de kist overweldigend worden. Uiteindelijk zullen alleen haar droge beenderen overblijven. Ze zal verworden tot een hoopje botten, niets meer en niets minder. 

En daar ligt ze dan. Opgeslokt door de aarde en beland in de vergetelheid. Misschien vraag je jezelf nu af wie deze vrouw eigenlijk was. Het doet er niet meer toe, ze is immers overleden. Is er leven na de dood? Ik zou het werkelijk niet weten. Maar een ding weet ik wel. Het lot van deze vrouw treft uiteindelijk ons allen: opgeslokt door de aarde en beland in de vergetelheid.

V.G. Sterk @2016-2021

Donald Trump: Welkom in de 17e eeuw

De Verenigde Staten van Amerika. In het begin van de 17e eeuw vestigden de eerste kolonisten uit Europa zich in dit deel van de wereld. Een paar eeuwen later hadden deze moorddadige en op macht beluste kolonisten de oorspronkelijke bevolking van dit land, de indianen (native Americans), voor een groot deel uitgeroeid.

De kolonisten wisten over de ruggen van duizenden uit Afrika afkomstige slaven (waarvan velen werden gemarteld, verkracht en vermoord) het gestolen land groot te maken, om vervolgens in de daarop volgende eeuwen met enorme trots te kunnen verkondigen dat de V.S.  hun land is en dat zij de échte Amerikanen zijn.

Leek de V.S. recentelijk nog een nieuwe fase in te gaan door voor het eerst een man van gemengd ras (Barack Obama) tot president te verkiezen, door de presidentsverkiezingen van 8 november 2016 belandde de Verenigde Staten van Amerika in één klap weer eeuwen terug in de tijd. Donald Trump (nazaat van de kolonisten, roepende dat het ons land is) werd door het volk verkozen tot president.

Een man die het volk plechtig de terugkeer van het Wilde Westen beloofd. Een waar paradijs, waar je ten alle tijden je pistool mag trekken, waar je ongelimiteerd ‘vreemde’ personen het land uit mag trappen, waar je naar hartenlust vrouwen bij hun geslachtsdelen kunt grijpen, en waar het toegestaan is om tot in het oneindige de planeet te blijven vervuilen. Wederom, welkom in de 17e eeuw.

V.G. Sterk ©2016

trump-2815558_960_720